Terreinbeheerders vinden afzet bij boeren

Veevoer, bokashi en bodemverbetering. Die bestemmingen krijgt een deel van het maaisel van Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten in het Groene Hart. Met verruiming van de regels zien zij meer afzetmogelijkheden.

Beide natuurorganisaties beheren duizenden hectaren grond in Nederland, deels in samenwerking met recreatieschappen en boeren. Landelijk is Staatsbosbeheer de grootste aanbieder van natuurlijke reststromen. In het gebied rond de Reeuwijkse plassen vraagt dat veel inspanning. Het maaisel kan alleen met klein materieel over de smalle wegen worden vervoerd, de timing luistert nauw.

Voor Natuurmonumenten geldt eenzelfde situatie bij de Nieuwkoopse plassen. Daar gaan akkerbouwers in Leimuiden onbewerkt riet uit de naastgelegen plassen toepassen voor structuurverbetering van de bodem.
Boswachter Peije ’t Lam van Staatsbosbeheer en Rob Eenink van Natuurmonumenten vertellen over hun pilots en uitdagingen met reststromen. En procesmanager biomassa Wim Bles van Staatsbosbeheer over de samenwerking met verwerkers.

Wat is jullie aanpak?

Wim Bles: ,,Staatsbosbeheer is een van de aanjagers van circulair terreinbeheer. Door veranderende regelgeving kregen onze natuurmaaisels op enig moment plotsklaps de afvalstatus. In die jaren ging landelijk 10 miljoen euro, destijds bijna 10 procent van ons beheerbudget, op aan stortkosten. Terwijl het daarvoor voor allerlei agrarische doeleinden werd benut. Vanaf dat moment zijn we landelijk onze biomassa als grondstoffen gaan aanbieden voor allerlei toepassingen, zoals bodemverbeteraar, vergisting en papier. En gelukkig is in de loop der tijd de regelgeving weer wat aangepast ten gunste van het bos- en natuurbeheer.”

Peije ’t Lam en Wim Bles (r) van Staatsbosbeheer.

Draagvlak bij pachters

Boswachter Peije ’t Lam: ,, Wij hebben afspraken gemaakt met omgevingsdienst Midden-Holland over afzet van maaisel op de eigen terreinen, samen met de pachtende boeren. Het grootste deel benutten zij als veevoer.’’
Van alles wat een koe niet eet, zoals zuring, distels en Fluitenkruid, wordt bokashi gemaakt. ,,De eerste proef pakte prima uit. Er was geen toegenomen verruiging zichtbaar en de ruigtekruiden kiemden niet meer. Het proces van fermenteren zorgde ervoor dat er geen kiemkrachtige zaden meer in het gewas zaten. Dat leverde draagvlak op bij de pachters.’’

Openbare weg minder belast

,,Dit hele proces hebben we nu aanbesteed en dat levert ons per ton zo’n 30 procent besparing op. Bijkomend voordeel is dat de openbare weg nauwelijks wordt belast, omdat er veel minder transport is. Daar is de gemeente Bodegraven-Reeuwijk ook blij mee. Maar het betreft nog maar een klein deel van alle reststromen.”

Rob Eenink van Natuurmonumenten: ,,Jaarlijks komt er uit de Nieuwkoopse Plassen 30.000 tot 40.000 kubieke meter, zo’n 6000 ton, riet vrij. We maaien van augustus tot en met april en zijn het hele jaar bezig het af te voeren via de watergangen. Het riet gaat tot nu toe naar een composteerder. Lokale toepassing zoals bij akkerbouwers in Zevenhoven en omgeving zou veel transportkosten kunnen besparen; geld dat we kunnen besteden aan ons hoofddoel: natuurbeheer.”

Kluuten met pullen in de Donkse Laagten in het Groene Hart, met biomassa op de achtergrond. Foto Peije ’t Lam, Staatsbosbeheer

Waar lopen jullie tegenaan?

Rob Eenink: ,,Voor een regionale toepassing is de huidige wetgeving nu ons grote struikelblok. In de ‘Uitzonderingsregeling plantresten’ zijn nu de enige twee opties: het riet onbewerkt gebruiken of benutten voor energiewinning. Akkerbouwers in onze omgeving hebben aangegeven wel 500 ton schoon riet kwijt te kunnen als structuurverbetering voor de bodem. Ze hoeven dan geen compost te laten aanvoeren. Wij hebben alles klaar staan om er een SKAL biologisch keurmerk op te krijgen. Daarvoor zouden we het eerst moeten verhakselen of een jaar op hoop zetten, zodat er zuurstof bijkomt.’’

Beperking

,,Helaas heeft de ‘Uitzonderingsregeling plantresten’ een beperking van toepassing binnen een straal van 5 kilometer buiten het natuurgebied. Hier komen we net niet mee uit. Daarbij geldt voor de akkerbouwers vanuit de afvalwetgeving een stortverbod voor het maaisel. Hiervoor zal een ontheffing afgegeven moeten worden.’’

Kwaliteit

Veel toepassingen, zoals in bouwmateriaal, zijn technisch nog niet haalbaar, weet Eenink uit jarenlange ervaring. ,,Vanwege de wisselende kwaliteit van de reststroom, de certificering. De lage olieprijs dwingt niet tot innovatie en er is een stevige lobby vanuit de bestaande (isolatie)materiaalbranche. Ook paaltjes maken en dergelijke is al vele keren onderzocht, maar biedt geen oplossing voor de enorme groene massa.’’

Innovatie begint met goed aanbesteden

Op landelijke schaal tuigt procesmanager biomassa Wim Bles van Staatsbosbeheer samenwerking met afnemers op. De wisselende kwaliteit van het maaisels noemt ook hij een punt van aandacht: ,,Het moet niet te nat of te droog zijn, als je bijvoorbeeld een deal met een papiermaker hebt. Innovatie begint dan ook met aanbesteden. Is het troep of oogst je het goed? Gebruik je het maximale aantal messen om het goed te kunnen verwerken? Door het maaien aan te besteden bij een lokale loonwerker die de situatie kent, besparen we nu enorm. Per provincie hebben we nu een aanbestedingssysteem.”

Waarom sluiten jullie aan bij het netwerk?

Peije ’t Lam: ,,Vanwege de toekomst. Het zou kunnen dat agrarisch medegebruik van onze grond eindig is als de subsidies uit Brussel stoppen of als een boer ophoudt. Dan moeten we alternatieven zoeken, want het gras groeit door. In Reeuwijk zijn weinig pachters en is transport een probleem vanwege de slappe en vochtige bodem. Met mest van de koeien in de wei en de aangevoerde mest te veel nutriënten in de bodem komen. Het mooiste zou zijn als de reststromen in het gebied blijven voor bokashi en de koeienmest naar een andere plek wordt afgevoerd. Maar na 10 tot 15 jaar is de bodem in balans en dan is bokashi niet meer nodig.’’

Denkkracht organiseren

Wim Bles: ,,Onderzoek is niet onze corebusiness. Daarom is het netwerk belangrijk. We moeten met elkaar denkkracht organiseren. Ons doel is optimale benutting van ons natuurlijke materiaal. En in dit kader dus: het vinden van afnemers die onze reststromen als grondstoffen benutten.”

Besef over hoogwaardig en laagwaardig

Rob Eenink: ,,Eén van de positieve ontwikkelingen uit het netwerk is het delen van kennis en ervaring. Zo voorkomen we dat verschillende partijen telkens weer het wiel aan uitvinden zijn. Daarbij is binnen het netwerk het besef ontstaan dat een circulaire toepassing niet altijd ‘hoogwaardig’ hoeft te zijn om duurzaam te zijn. Hoewel een toepassing als bodemverbeteraar misschien als ‘laagwaardig’ wordt gezien, voorziet het wel in een behoefte en draagt het bij aan de biodiversiteit.’’

Contact

Wil je in contact komen met de terreinbeheerders? Mail naar Peije ’t Lam: p.tlam@staatsbosbeheer.nl, Wim Bles: w.bles@staatsbosbeheer.nl of Rob Eenink: r.eenink@natuurmonumenten.nl

Delen:

Gerelateerde initiatieven

Vind initiatieven of zoek in ons netwerk.

Deze website maakt gebruik van cookies