De bodem is de oplossing: wat
heeft welke bodem nodig?

Op een zonnige middag kwamen vernieuwers uit heel de regio naar de Polderij in Maasluis. Deze netwerkbijeenkomst ging verder met ‘Zuid-Holland voedt haar eigen bodem’. Hoofdvraag: Wat kunnen natuurlijke reststromen betekenen voor de kwaliteit van de bodem en aan het sluiten van kringlopen? Wie zijn daarvoor nodig en wat kunnen we organiseren?

Eigenaarschap landbouwer

Wie kan er nu beter over de behoeftes van de bodem vertellen dan een agrariër? Melkveehouder Pieter van der Valk gaf zijn visie op wat moet worden opgepakt in Zuid-Holland. Centraal stond de vraag hoe je als landbouwer eigenaarschap gaat nemen over de transitie. Drie jaar geleden begon Pieter met zijn project in Friesland. Hij richtte een coöperatie Agricycling op die is gegroeid van 8 naar 100 boeren. En ook vijf provincies hebben al aangegeven te willen aansluiten.

Pieter wees op twee belangrijke opgaven: de koolstof- en de mineralenkringloop: “We moeten naar systemen en integraal kijken. Als boer ben je bijna verantwoordelijk voor de mineralenkringloop. We hebben dezelfde opdracht: de zoektocht naar een natuurlijke bron van mineralen. Momenteel is er een tekort aan zink en selenium in ons voedsel, omdat we dat niet terugbrengen naar de bodem. Koolstof brengen we ook niet terug in de bodem. Het stikstofprobleem ontstaat, omdat we dit extern toevoegen d.m.v. kunstmest en krachtvoer.’’

De bodem is de oplossing

De bodem is dé plek om een product te kunnen afbreken en een nieuwe grondstof te kunnen produceren. De landbouw heeft dan ook een unieke positie als ‘recycler’. Maar nu is er één generiek mestbeleid voor alle bodems. Dit is een probleem. Het is belangrijk om te kijken naar welke bodem wat nodig heeft.

Volgens Pieter kan dit alleen autonoom, zodat bestaande belangen uit de ketens geen rol spelen. Dus buiten het bestaande systeem organiseren. Ruimte in de regels is hierbij ook van belang. In het noorden van ons land gebruiken ze hiervoor een route waarbij de afvalstatus van het product af gaat en er onder voorwaarden wordt toegepast.

Collectief optrekken is wel van groot belang. Als we deze aanpak willen borgen, moeten we dat namelijk georganiseerd doen, meent Pieter. Daarom heeft hij Agricycling opgericht. Om te komen tot een ketenpositie is een logistiek netwerk nodig waarbinnen we reststromen terugbrengen naar de bodem.

De ultieme kringloop? Daar zijn we nog niet. Daar brengen we humane feces aan op de landbouwbodem. Dit is nu het grootste gat in de kringloop: 100% van die nutriënten raakt verloren.

Na dit inspirerende verhaal gingen we in groepen uiteen, opgedeeld per bodemsoort. De gesprekken begonnen met op welke bodem de netwerkleden geboren waren: van Goois zand tot Limburgse klei; het kwam allemaal voorbij.

Bodem 1: Klei & Akkerbouw

Inleider Teun Biemond van Agrimaco vertelt dat er steeds meer behoefte komt aan kennis en inzicht in de bodem en wat de bodem nodig heeft, zodat passende bodemverbeteraars kunnen worden ontwikkeld. Hiervoor is meer kennis en ervaring nodig. Vanuit die invalshoek heeft Teun met partners een project opgezet, waarin de behoefte van de bodem centraal staat. De boer voedt de bodem en de bodem voedt het gewas is de manier van denken die hierachter zit. Dit zogenaamde Circulaire Bio Fertilizer (CBF) project heeft potentie om doorbraken te realiseren. De eerste fase van dit project wordt juli dit jaar afgerond.

Aan de slag met verschillende bodems

In de aansluitende discussie wordt aangedragen dat dit niet alleen een technisch inhoudelijk verhaal is, maar vooral ook sociale, organisatorische en economische kanten heeft. Het start bij de vraag naar CBF’s; is er al inzicht naar de kwaliteit van de bodemverbeteraar en de eisen die daaraan worden gesteld? In de Hoeksche Waard zijn veel enthousiaste boeren, weet GKB uit ervaring met een bokashi-project in Dordrecht en omgeving. En -een blik op de toekomst werpend- besef dat de verbinding tussen stad en land waarbij lokale cirkels worden gesloten steeds meer van belang wordt.

Wie zou wat kunnen doen om circulaire bio fertilizers te helpen ontwikkelen?

  • BlueCity wil samen een workshop organiseren over plantaardige kringlopen en pioniers met onderzoekers verbinden.
  • PZH wil verbinden met de Pallandtpolder, omdat de kennis over CBF’s zinvol is voor zowel de akkerbouw, veeteelt als bollenteelt in de Pallandtpolder.
  • GKB wil verbinden en inzetten op schonere grondstoffen.
  • Cirkellab kan helpen zoeken naar geschikte reststromen. Daarbij wordt ook als tip meegegeven om te denken aan schimmels, bacteriën en insecten.

Bodem 2: Veenweidegebied & Melkveehouderij

In deze groep ontwikkelde zich een gesprek over de kansen en dilemma’s voor het veenweidegebied in Zuid-Holland. De kennis is hierbij in ontwikkeling. Er ligt druk op verandering. We willen meervoudig verwaarden: wat gaan we dan met het veen doen? Moeten we kijken naar andere teelten? Een aantal deelnemers vond dat we ons moeten verenigen, en dan gewoon beginnen en experimenteren.

Bodem 3: Gemeenteplantsoenen in de stad

Cees de Vette van gemeente Rotterdam vertelde hoe ze daar met organische stromen de bodem in de stad vitaliseren. De ambitie is de bodem als basis voor stedelijk beheer. Waarbij ze organische stromen uit de stad het liefst in de stad houden. In groenbestekken vragen ze of maaisel via de composteerder weer terug naar de stad kan. Maar ze proberen ook andere zaken: zo is een pilot gedaan met bladbokashi. Hierbij is de combinatie van beheer en ontwerp van belang. Met name de voedseltuinen in de stad vragen om een betere bodem. Een vertegenwoordiger van de gemeente Den Haag gaf aan dat burgers ook steeds meer om compost van eigen bodem vragen, dus dat de bewustwording wel groter wordt.

Daarna zijn nog drie belangrijke thema’s aangekaart in een kringgesprek.

  1. Van moeilijk naar mogelijk: hoe gaat wet- en regelgeving ondersteunen?

Hoe maken we het voeden van de bodem met organische reststromen mogelijk vanuit wet- en regelgeving? Vanuit de overheid willen we belemmeringen wegnemen voor het toepassen restmateriaal op de bodem. Hiervoor zijn verschillende sporen (bijproduct, einde-afval status).  Er worden belangrijke criteria genoemd:

  • Ingaande stromen zijn schoon
  • Proces helder
  • Kwaliteit helder
  • Toepassing is waardevol
  • Er is vraag naar

Ben van Schie (HH van Delfland) had een primeur: voor schoon riet en gras heeft hij de einde-afvalstatus verkregen als bodemverbeteraar! Dit was vrij eenvoudig, omdat hij afgelopen jaren al verschillende onderzoeken had uitgevoerd. En al een afnemer had. Het financieel belang bij kwaliteit zorgt voor kwaliteitsborging. Ben nam de boeren eerst mee langs zijn perceel en vroeg ze: wil je dit en accepteer je dit?

  1. De ketenaanpak; hoe wordt je partner voor elkaar?        

Feiko van Dok vertelde over zijn ervaring vanuit de Groene Cirkel Farmfrites. Hierbij werken ze aan een duurzame frietketen. De katalyserende aanpak staat centraal; een partij voelt zich verantwoordelijk en heeft invloed op ketenpartners. Een gelijkwaardige manier van samenwerken is belangrijk.

De discussie ging over een gezamenlijk toekomstbeeld en hoe de rol van de multinational tricky kan zijn. Daarnaast rijst de vraag hoe je grote, bestaande verwerkers uitnodigt om deel te laten nemen aan de keten (grote investeringen in nieuwe technieken, verdwijnen van hun huidige verdienmodel).

  1. Meervoudige waardencreatie als kans om meer dan alleen de bodem te voeden

De bodem heeft voeding nodig, maar organische reststromen worden ook als grondstof gezien voor de bouw en buitenruimte. Hoe gaan we met de beperkte beschikbare hoeveelheid organische reststromen om als we echt wat willen bereiken voor een circulaire samenleving? Wanneer doen we de goede dingen en wanneer niet? Behoud van nutriënten is hierin heel belangrijk Als voorbeeld werd het maken van biochar genoemd. Dit draagt bij aan een lange koolstofcyclus.

Vragen zijn dan hoe je als overheid een bepaald kader meegeeft. En hoe kunnen eigenaren van eigen reststromen profiteren? Circulaire bermbeheer zou moeten dienen als publieke waarde: je kunt reststromen niet op een hoop gooien. In deze gedachte over de bodem als een businessmodel, hebben reststromen dan een intrinsieke waarde.

Vaak gaat het over waar we reststromen het beste kunnen toepassen. Bij de vraag of reststromen naar de bouw of de bodem moeten, is het antwoord: het moet én én zijn. Lisdodde eerst in de muur en daarna terug naar de bodem.

We sloten de sessie af met een gezellige borrel.  

Delen:

Gerelateerde artikelen

Online netwerksessies
vol inspiratie

Een netwerk bloeit en groeit door ontmoeting. Door corona konden we elkaar tot nu toe vooral online spreken, en kennis en initiatieven delen. Bekijk de online sessies op je gemak terug.

Vind initiatieven of zoek in ons netwerk.

Deze website maakt gebruik van cookies